Geschiedenis van de wijk

Boeimeer, ontwikkeling van een gebiedsaanduiding 
Henriëtte Huijgens

Hoe is onze huidige wijk tot stand gekomen?
Het grootste deel van de huidige wijk Boeimeer behoorde in de negentiende eeuw en het eerste kwart van de twintigste eeuw tot de gemeente Prinsenhage (ja, toen met een s!). Onder het staatsbestel van de Nederlandse Republiek, tot 1795, was Hage (later Prinsenhage) staatkundig een zogenaamde heerlijkheid, een dorp, overigens wel een groot dorp. Het gebied Boeimeer maakte deel uit van dit dorp. Het werd in het oosten begrensd door de Mark, in het noorden door vestingwerken van Breda, in het zuiden door het Ginnekense deel van het Mastbos en in het westen door de Aa of Weerijs. De grens van Hage met Ginneken liep door het Mastbos! Behalve Boeimeer grensde ook het naastgelegen Haagse Over-Aa aan Ginneken en hierin lag het grootste deel van het Haagse deel van het bos.

Breda en omstreken vormen bepaald niet het meest overzichtelijke gebied als het om grenzen en de wijzigingen daarvan gaat. De huidige Baronielaan, nu aan de oostgrens van onze wijk, liep vanaf zijn ontstaan in de jaren na 1897 tot in 1927 door maar liefst drie gemeenten; gaande in de richting Mastbos waren dat respectievelijk Teteringen, Prinsenhage  en Ginneken! Het Prinsenhaagse deel begon als je de brug over de Mark (nu de Graaf Engelbertlaan) overstak en op de andere oever, dus in Boeimeer kwam.
De gemeente Breda had rond de Baronielaan pas iets in de melk te brokkelen nadat zij in 1908 als particulier grondeigenaar de laan van de Bredasche Bouwgrond Maatschappij had gekocht. Projectontwikkelaars zijn geen nieuw verschijnsel! De drie eerder genoemde gemeenten namen hiertegen met succes gerechtelijke actie. Via een speciale constructie slaagde de gemeente Breda er echter in om in de praktijk het beheer te houden over dit stuk grond buiten zijn grondgebied. De bewoners van de laan werden echter pas ingezeten van de stad bij de annexatie van 1927. In dat jaar werd onder andere het gehele Prinsenhaagse Boeimeer door Breda geannexeerd.

De polder Boeimeer met het gelijknamige gehucht vormde het grootste deel van het gebied dat in Hage bekend stond als Boeimeer. Boeimeer wordt vooral genoemd in de literatuur als plaats waar ooit een nonnenklooster stond, Vredenberg geheten. En laat dat nu net gelegen hebben in het huidige Ruitersbos!. De afsplitsing van Ruitersbos van de Bredase wijk Boeimeer vond plaats in 1963. Grens werd de toen al bijna 25 jaar bestaande Graaf Engelbertlaan, ook bekend als de zuidelijke rondweg.

De noordelijkste strook van het deel van de huidige wijk Boeimeer ten oosten van de Mark behoorde vroeger al tot de gemeente Breda, als onderdeel van de vesting. Van circa 1796 tot in 1927 behoorde het ten zuiden hiervan gelegen deel tot de toen nieuw gevormde gemeente Teteringen. Teteringen had namelijk als zogenaamde bijvang van de stad Breda vóór 1795 geen zelfstandige status.

Samenvatting
De huidige wijk Boeimeer ligt op het gebied van drie (voormalige) gemeenten. Prinsenhage bezat het grootste deel ervan, het oudste gebied dat Boeimeer heette, grotendeels bestaande uit een polder. Hierin kwam met de annexatie van dit gebied in 1927 verandering. Een stukje voormalige vestinggrond werd er in het oosten aan toegevoegd. Maar ook kwam het ten zuiden hiervan gelegen deel van het Teteringse stuk (achter de bebouwing) van de Baronielaan bij de wijk. De Mark verloor toen hier dus zijn functie als natuurlijke grens in het oosten. In het westen handhaafde de Aa of Weerijs zich als grens. De afscheiding van Ruitersbos in 1963 leidde tot een belangrijke verkleining van de wijk.

 

Het klooster Vredenberg in Boeimeer

Nog geen eeuw stond het klooster Vredenberg in Boeimeer, van in of kort na 1483 tot 1577. Lang geleden, maar toch herinneren nog drie straatnamen in Breda eraan, Vredenburchsingel, Vredenburchstede en Vredenburchstraat. Dit is waarschijnlijk mede te danken aan het landgoed Vredenburg in Boeimeer dat de naam van het klooster levend hield, zij het in gewijzigde vorm.
U merkte het: de schrijfwijze van de naam in deze straatnamen wijkt af van beide eerder vermelde. En een berg is natuurlijk geen burg of burch(t). Jammer genoeg is het in Breda niet gebruikelijk om op de straatnaamborden een verklaring van de naam te geven. De schrijfwijze met –burg voor het klooster is te vinden in Van Goors Beschrijving der Stadt en Lande van Breda, verschenen in 1744. Op de Topografische kaarten van 1894 en 1904 staat Vredenburg op of bij de plaats waar ooit het klooster moet hebben gestaan. De naam Kloosterakker voor een van de percelen daar herinnerde nog lang aan het bestaan van een klooster. Dat is dus noch de plaats waar de genoemde straten liggen noch de plaats waar nu het wooncomplex Vredenbergh in Brabantpark ligt. Nee, het klooster lag veel verder van de stad, even ten zuiden van de Graaf Engelbertlaan, ten noorden van het Mastbos en iets ten westen van de Baronielaan.
Behalve een klooster maakten na verloop van tijd een kerk, een begraafplaats, een armenhuis en minstens één hoeve deel ervan uit. Het was inderdaad een kerk en geen kapel. De pastoor van Hage had geen zeggenschap over het klooster dat in zijn parochie lag. Één van de hoeven was ouder dan het klooster: hij maakte deel uit van de schenking van Jan Beys uit 1483 die het mogelijk maakte het plan voor de bouw van het klooster uit te voeren. Het initiatief voor de oprichting kwam overigens niet van hem. De stichtingsakte dateert namelijk uit 1476. Maria van Loon, net weduwe geworden van Jan van Nassau en moeder van de nieuwe heer van Breda, Engelbert II, wilde een klooster voor 25 nonnen van de Reguliere orde van de H. Augustinus stichten bij de hoeve Woestenberg in Bavel. Nadat de kerkrechtelijke zaken hiervoor geregeld waren gebeurde er vervolgens voor zover bekend niets. Waarschijnlijk was de uitgekozen plaats niet geschikt. In de akte uit 1476 wordt al gesproken van Mons pacis d.w.z. Vredenberg als naam van het nieuwe klooster.
Hoe dan ook, in 1479 werd de procedure overgedaan voor de bouw van een klooster in Boeimeer. Er kwamen vervolgens alvast kloosterlingen van de genoemde orde naar Breda om de oprichting te bevorderen. Maria’s dochter Odilia behoorde ertoe. Zij verbleef al in Breda, in Catharinadal. Na de oprichting van het nieuwe klooster werd Catharinadal, gehuisvest in het oude deel van het huidige casino aan het Kloosterplein, in de volksmond “het oude klooster” genoemd en de nieuwe stichting “het nieuwe klooster”. In 1484 schonk Maria het klooster grond in Boeimeer en een rente voor het levensonderhoud van een “arme eerbare maagd”. De eerste begunstigde werd haar nicht Elisabeth van Nassau-Bilstein. In de loop van de jaren erna zou het bezit van het klooster zich verder uitbreiden, zowel door schenkingen als aankopen. Ook werd er grond geruild om een meer aaneengesloten bezit te krijgen.
Rond 1486 moet de eerste priorin zijn aangetreden. Ze was geen lid van de familie Nassau, ze heette Maria van Pee. Zij zou tot haar dood eind 1511 het klooster leiden. In 1518 werd de bovengrens die in 1476 aan de inkomsten van het klooster was gesteld, door keizer Karel V opgeheven. Daarna pas kon het klooster uitbreiden, in 1520, en de bouw van twee privaten en een armenhuis betalen.
Tot 1567 had het klooster een eigen priorin. Toen verzocht de oppertoezichthouder ervan –je kon vrouwenkloosters natuurlijk niet zelfstandig laten functioneren! – aan Willem van Oranje om Vredenberg samen te voegen met het armlastige klooster Sion te Eeckeren. Aldus geschiedde in december 1568. De zusters uit de Zuidelijke Nederlanden kwamen naar Breda. Het waren roerige tijden, de Nederlandse Opstand, vroeger bekend als de Tachtigjarige Oorlog, woedde en van alle troepenbewegingen die dit met zich meebracht had doorgaans vooral het platteland te lijden. In 1577 was de situatie zo erg dat ook de stadsbewoners het zwaar te verduren hadden van het daar gelegerde, uit Duitse huursoldaten bestaande “Spaanse” garnizoen. Willem van Oranje was in 1568 namelijk Breda ontvlucht. In 1577 wist hij op 2 oktober zijn stad weer in handen te krijgen, voor vier jaar zou blijken. De nonnen van Vredenberg trokken in hetzelfde jaar vanuit Boeimeer naar de stad Breda  Daarom kunt u nu toch nog een stuk klooster Vredenberg zien! Ze huurden er namelijk van het stadsbestuur het Huis Ocrum, tegenwoordig de huisvestiging van de Nieuwe Veste en de hoofdvestiging van de Openbare Bibliotheek. Als u daar binnengaat via de poort aan de Sint Janstraat vindt u een plaquette met de geschiedenis van dit monumentale pand aan uw rechterhand. Overigens wordt daarop de vestiging van het klooster niet vermeld. De kloosterlingen verbleven er tot 1610. In dat jaar betrokken ze een pand in Lier waar het klooster tot de opheffing als gevolg van de Franse revolutie bleef voortbestaan.
Intussen waren de bezittingen in Boeimeer natuurlijk niet veilig. De gebouwen gingen verloren. Zo werd de kerk in 1578 genaast door de stad en voor afbraak verkocht.

Henriëtte Huijgens, juni 2016